Het is 14.45 uur. De schoolbel gaat en de meest kinderen gaan naar huis of naar de opvang. Om 15.00 uur zijn ook de kinderen, die deze week klassendienst hebben of even moesten nablijven vertrokken en blijven de leerkrachten achter in een leeg lokaal. Wat heeft een leerkracht dan eigenlijk nog te doen? Veel mensen kunnen zich nog wel iets voorstellen bij het traditionele beeld van de onderwijzer, die met een rode pen het werk van de kinderen nakijkt, maar dan? In deze Anti- ruiskolom willen we daar iets meer over vertellen.
Na school hebben leerkrachten tijd nodig om lessen voor te bereiden en het materiaal voor de volgende dag klaar te leggen. Niet alleen de stof voor de lessen zelf, maar ook wat kinderen, die extra ondersteuning nodig hebben, uitgelegd moeten krijgen en opdrachten klaarleggen voor kinderen, die sneller klaar zijn. Ook het bij elkaar zoeken van materiaal voor bijvoorbeeld handvaardigheidslessen wordt dan gedaan. Vaak gebeurt dit in overleg met de collega van de parallel klas. Ook voor de voorbereiding van de thema's is overleg met collega's nodig, omdat thema's met 2 leerjaren gezamenlijk worden georganiseerd. Niet alleen de inhoud, maar ook het voorbereiden van thema-uitjes of bijzondere activiteiten.
Bovendien staan er per week één tot twee en soms drie vergaderingen of overleggen gepland. De belangrijkste vergaderingen worden al voor het begin van het schooljaar ingepland, zodat we zeker weten, dat alle belangrijke zaken aan bod komen. Teamvergaderingen over onderwerpen, die verder uitgediept moeten worden. Overleg met de Intern begeleider of de directie. Overleg van verschillende werkgroepen, die zich namens het team met een bepaald onderwerp bezighouden, zoals de invoering van een nieuwe methode of zelfstandig werken in de klas. Ook vinden er bijeenkomsten plaats met de Oudervereniging om feesten voor te bereiden en te organiseren.
Uiteraard moet er ook tijd worden vrijgemaakt voor oudergesprekken, het bijhouden van de administratie, verslagen maken van gesprekken met extern deskundigen, het opstellen van groepsplannen, rapporten schrijven en het voorbereiden van presentaties.
Kortom: Genoeg te doen!